Léo Malet (1909-1996) was een Franse schrijver en dichter, auteur van talloze detectiveromans, waaronder de serie met Nestor Burma, “Le Détective de choc”. Lees verder

Léo MALET werd op 7 maart 1909 geboren in Montpellier. Hij raakte wees op driejarige leeftijd, nadat tuberculose een groot deel van zijn familie had aangetast. Hij werd opgevoed door zijn grootvader. Al vroeg kreeg hij de smaak van het lezen te pakken: hij verslond populaire geïllustreerde romans en schreef vanaf negenjarige leeftijd korte verhalen die geïnspireerd waren op wat hij las. Nadat hij zijn schooldiploma had behaald, gaf de jonge Léo Malet er de voorkeur aan om te spijbelen in plaats van naar de universiteit te gaan. Op 15-jarige leeftijd was hij stoffenverkoper en vervolgens bankmedewerker. Hij voelde zich sterk aangetrokken tot de zangers van Montmartre en het anarchistische milieu. Op 1 december 1925 ging hij naar PARIJS om zich bij de anarchisten daar te voegen. Hij verbleef in het Veganistische Opvangcentrum aan de rue de Tolbiac. Hij begon als zanger
bij het cabaret "La Vache Enragée" in Montmartre. Om te overleven spoelde hij flessen, maakte hij gipstegels en werd hij vervolgens secretaris van een chanteur…, manager van een modewinkel, figurant in een film. In 1926 leidde hij een bohemien-leven, werd hij gearresteerd wegens landloperij en opgesloten. Toen hij uit de gevangenis kwam, probeerde hij Montpellier te bereiken door " de trein te nemen zonder te betalen", maar dat mislukte en hij werd in Macon uit de trein gezet, waar hij erin slaagde om in een bordeel te gaan werken!! Daarna maakte Léo vele reizen tussen Parijs en Montpellier om "bij te komen". In 1928 ontmoette hij in Parijs Paulette, die de vrouw van zijn leven zou worden. Beiden getroffen door de crisis van de jaren dertig werd hij krantenverkoper. In deze tijd sloot hij zich aan als dichter bij de 'surrealistische' kringen en bezocht hij regelmatig André Breton, Salvador Dali, Aragon enz.
In 1940 trouwden Paulette en Léo met Oscar. Op 25 mei 1940 werd Léo Malet gearresteerd wegens ‘bedreiging van de staatsveiligheid’. Na zijn vrijlating werd hij door de Duitsers gevangengenomen en naar Stalag XB in Duitsland gestuurd, tussen Bremen en Hamburg. Daar verbleef hij 18 maanden. Bij zijn terugkomst ontmoette hij toevallig Louis Chavance, die toen directeur was van een detectivecollectie bij uitgeverij Georges Ventillard. Deze vroeg hem om detectiveverhalen te schrijven. Zijn eerste roman werd in 1941 gepubliceerd "Johnny Metal” ondertekend onder het pseudoniem Franck Harding. In 1942 verhuisde hij naar Chatillon, waar op 13 juli zijn zoon Jacques werd geboren.
In 1943 ging hij bij uitgeverij S.E.P.E. werken en publiceerde hij het eerste onderzoek van NESTOR BURMA, "120 rue de la gare", een detectiveverhaal dat de critici het boek omschreven als een "verpletterende schok die een nieuwe toon aan dit literaire genre geeft”. Er verschenen daarna nog 8 romans van deze ‘détective de choc’.
In 1952 maakte Léo een periode van armoede door. Hij werkte als inpakker bij Hachette. De directie van deze uitgeverij vroeg hem een detectiveroman te schrijven ter gelegenheid van de "Prix du Quai des Orfèvres". Hij leverde "Enigme aux Folies-Bergère" maar de prijs werd dat jaar gewonnen door "Ne tirez pas sur l'inspecteur", het eerste boek van G.J. Arnaud!
Nadat hij Maurice Renault had ontmoet, die lange tijd zijn literair agent zou zijn, bood Léo Malet hem het plan aan voor een reeks onderzoeken van Nestor Burma die elk plaats vinden in één van de 20 arrondissements van Parijs. Zo ontstonden “Les Nouveaux Mystères de Paris", uitgegeven door Robert Laffont. De titel van de serie kwam van Maurice Renault, een referentie naar de 19e eeuwse feuilletons van Eugène Sue, Les Mystères de Paris. Malet beloofd om ongeveer elke 2 maanden een roman af te leveren. Van juli 1954 tot februari verschenen er 15 delen.
Tijdens het zoeken naar een locatie die nodig is voor het schrijven van de zestiende aflevering, wordt Léo Malet gedwongen te verhuizen en raakt in een depressie. Hij zou 3 jaar lang niets schrijven. Zo komen het 7e, 11e, 18e, 19e et 20e arrondissement niet aan bod.
In deze periode heeft hij een baantje om ‘teksten te redigeren’ bij Arthème-Fayard en daarna is hij bouquiniste (tweedehands-boekhandelaar) op de Quai de l’Hôtel-de-Ville, aan de oevers van de Seine. In 1966 kreeg hij een contract bij ‘Fleuve Noir’ en schreef hij nog zes andere avonturen van Nestor Burma plus de roman ”Abattoir ensoleillél". Léo raakte verbitterd, hij werd door sommigen een « anarchiste de droite » genoemd. Hij zou voortaan alleen nog maar korte artikelen schrijven.
In 1982 zocht Jacques Tardi de schrijver op om van Nestor Burma een stripverhaal te mogen maken. Leo Malet, die eigenlijk niet van strips hield, was overtuigd toen hij de verhalen van Isabelle Avondrood zag, met zijn prachtige decors van Parijs. Tardi maakte vier albums (Brouillard au pont de Tolbiac (1982), 120, rue de la Gare (1988), Casse-pipe à la Nation (1996), M'as-tu vu en cadavre (2000) en twee verhalen gebaseerd op een origineel script; (Une gueule de bois en plomb (1990) en Du rififi à Ménilmontant, 2024). De serie werd voortgezet door Emmanuel Moynot, Nicolas Barral en François Ravard. Uitgegeven door Casterman.
Paulette overleed in 1981. Léo Malet voegde zich bij haar op 3 maart 1996.