Fred Funcken (1921-2013) en zijn vrouw Liliane Funcken, geboren als Liliane Schorils (1927-2015), waren Belgische stripauteurs, bekend om hun realistische historische strips, zoals; De Witte Ruiter, Harald de Viking, Jack Diamant, De dappere musketier. Lees verder

Fred werd in 1939 als illustrator voor de tijdschriften Spirou/Robbedoes en Bonnes Soirées van uitgeverij Dupuis. Een jaar later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd hij ontslagen en werd hij striptekenaar bij Aventures illustrées (het latere Bimbo), tot hij in 1943 verplicht tewerkgesteld werd door de Duitse bezetter. Na de oorlog was het blad zieltogend.
In de jaren 40 tekende hij voor bekende bladen als Jeep, Blondine en Héroïc-Albums o.a. de strip Tommy Tuller. Hij werkte onder diverse pseudoniemen, zoals Fred Gu, Fred Dye, Dick John's, Ranch, Mac Bones, Léo Lyon en Hector Hugo. In 1947 kwam hij in contact met Georges Troisfontaines van World Press, een persagentschap dat als kweekvijver bekendstond voor tekenaars van Dupuis-tijdschriften als het weekblad Robbedoes. Troisfontaines liet Funcken bij zich komen, maar tot een echte samenwerking kwam het niet. De kritiek van Jijé bracht de jonge auteur aan het twijfelen, die had gekozen voor een klassieke tekenstijl in de traditie van Étienne Le Rallic, een stijl die "Franser" dan die van Jijé, die eerder geïnspireerd was door de Amerikaanse school. Funcken voelde zich slecht behandeld. Later kreeg hij van het blad L’Explorateur de opdracht om van Croc-Blanc en La Guerre du Feu een stripversie te maken, maar het blad verkeerde door wanbeleid in financiële moeilijkheden. Hij leert er Maurice Tillieux kennen.
Fred wou het tekenen vaarwel zeggen en ging uiteindelijk als chef décorateur werken in winkelketen L'innovation, waar hij zijn toekomstige vrouw Liliane leerde kennen, die er werkte als verkoopsdirectrice. In 1952 stimuleerde zij hem om zich nogmaals aan te bieden bij World Press. Daar werd hij door Jean-Michel Charlier onmiddellijk ingezet voor de reeks De verhalen van Oom Wim, een educatief-historische reeks om het stripverhaal wat respectabeler te maken. Fred Funcken was een van de vele tekenaars, maar wel een van de meest gevraagde.
Freds talent viel Hergé op, waardoor hij een contract kreeg bij de concurrent van Robbedoes: Kuifje. Daar werd hij tekenaar van de reeks Histoires authentiques, op scenario van Yves Duval. Hij tekende voor het blad voorts diverse coverillustraties met historische taferelen.
In 1953 begon Fred Funcken aan de reeks De avonturen van de Witte Ruiter voor uitgeverij Le Lombard, aanvankelijk een scenario van bedenker Raymond Macherot. De middeleeuwse avonturen van de Witte Ridder hun lot veranderen. Fred, die met griep aan bed gekluisterd was, kon geen enkele pagina inkt afmaken en hoewel zij nog nooit eerder had getekend, ging Liliane aan de slag met uitstekende resultaten.
Liliane werkte aanvankelijk nog voor concurrent Dupuis, waar ze verhalen schreef voor De verhalen van Oom Wim en voor het tijdschrift Bonnes Soirées. Kuifje-uitgever Raymond Leblanc vond het niet passen dat de twee voor concurrerende bladen werkten en zo kwam ook Liliane bij Kuifje terecht. Ze besloten toen voortaan samen te werken en werden zo het eerste echte auteurskoppel van Frans-Belgische strips. Fred was de tekenaar, Liliane deed het inkten, het letteren en het inkleuren. Ze was ook betrokken bij het tekenwerk van haar man en samen werkten ze de scenario's en bladschikking uit en zocht ze documentatie.
Samen zouden ze later onder meer nog de reeksen Lieutenant Burton, Harald de Viking, Jack Diamond, De avonturen van een dappere musketier en Doc Silver maken. Ook maakte ze een serie over de geschiedenis van legeruniformen en wapens onder de titel L'Encyclopédie des Uniformes et de Armes de Tous les Temps (17 albums, 1965-1982), het napoleontisch epos Napoléon en stripversies van verhalen als De graaf van Monte-Cristo en De drie musketiers. Samen met Yves Duval maakten ze La Plus Grande Histoire du Monde en La Famille des Saint-Preux. Eind jaren 80 hernamen ze hun reeks De Witte Ruiter op scenario's van Didier Convard.
Fred Funcken vertelde in een interview hoe het eraan toe ging bij het weekblad Kuifje: "Jacques Martin zei dat het weekblad Kuifje omgedoopt moest worden tot Funcken. Telkens als er gaten moesten worden opgevuld, of als een striptekenaar ziek was, werden we gebeld. We waren tenslotte met z'n tweeën, dat was het voorwendsel van de hoofdredacteur. Bovendien liepen we daardoor altijd achter op schema met onze eigen projecten..."
Voor De Valstrik uit de reeks Blake en Mortimer tekenden ze de decors van het Middeleeuwse gedeelte, iets wat Edgar Jacobs niet graag toegaf en waarvoor hij uiteindelijk ook nooit heeft betaald.
Paul Cuvelier, die bevriend was met de Funckens, kwam op een avond langs, in paniek, omdat hij de volgende dag de eerste pagina’s voor het verhaal ‘Zilveren Vlam’ moest inleveren. Fred en Liliane hielpen hem met het tekenen van de achtergronden in de openingsscène.
Fred Funcken overleed in 2013 in Brussel op 91-jarige leeftijd. Liliane overleefde hem twee jaar en overleed in 2015 op 88-jarige leeftijd.
Zij hebben 22n dochter gekregen; Claudine.