Yves Chaland was een Franse striptekenaar en scenarist (1957-1990. Samen met Ted Benoit, Serge Clerc en Floc'h bracht hij in de jaren tachtig de stijl van de "klare lijn" in Frankrijk weer tot leven. Lees verder

Chaland was de vertegenwoordiger van de "Atoomstijl", een retro stroming vernoemd naar het Atomium in Brussel en de Expo 58 en eerbetoon aan de artiesten uit de fifties.
Yves Chaland vermengde een punk- en postmoderne stijl met het in hem gewortelde klassieke erfgoed, om het ter discussie te kunnen stellen, de gebreken ervan te onthullen (een latent racisme, een verborgen paternalisme waarvan Chaland de trekken zou overdrijven om ze beter te kunnen veroordelen), om vervreemding, een wrange humor en een merkwaardig gevoel van ontworteling te introduceren. Maar altijd met een absoluut beheerst meesterschap. De lijnvoering, het verhaal, de panelen, de pagina's: alles is perfect, strak en onberispelijk vorm gegeven.
Foto: Isabelle Beaumenay-Joannet en Yves Chaland, portret met Fauteuil Tecno 1985.
Dankzij zijn peetvader, die een enorme stripboekencollectie bezat, maakte hij kennis met de stripwereld. Al op zeer jonge leeftijd besloot hij stripauteur te worden. Hij volgde tekenlessen via correspondentie. Rond zijn tiende tekende hij de hele dag. Hij abonneerde zich op het tijdschrift Spirou en schreef een brief aan het blad waarin hij zijn bezorgdheid uitte over het tekenwerk van François Walthéry. Het antwoord werd gepubliceerd in nummer 1689 van 27 augustus 1970 door de toenmalige hoofdredacteur, Thierry Martens, in de rubriek ‘Au pied de vos lettres’. Chaland ontdekte André Franquin op 15-jarige leeftijd. Hij las ‘Comment on devient créateur de bande dessinée’ (Marabout, 1969) van Philippe Vandooren. Onder sterke invloed van de Belgische school tekende hij driehonderd strippagina's met de personages Jen & Ric die zich afspelen in Occitanië (Zuid-Frankrijk). Eind mei 1974, tijdens de finale van een door fanzine Haga georganiseerde wedstrijd in Toulouse, ontmoette hij Jijé. Die laatste degradeerde hem naar de laatste plaats, omdat zijn stijl niet persoonlijk genoeg was. Hij was er kapot van.
Hij studeerde aan de academie der kunsten in St. Etienne samen met Luc Cornillon. Tijdens zijn academietijd publiceerde hij zijn werk in het zelfgeschreven tijdschrift "L'Unité de Valeur". Jean-Pièrre Dionnet zag het tijdschrift en herkende een groot talent in Chaland en vroeg hem om te werken voor Ah!Nana en Métal Hurlant, waar hij in 1978 mee begon. Het is Métal Hurlant waarin hoofdpersonages als Bob Fish (1980), Adolphus Claar (1981), Jeune Albert (1982) en Chalands grootste doorbraak Freddy Lombard (1981) het daglicht zagen.
Chaland trouwde in september 1979 met Isabelle Beaumenay, die hij op de kunstacademie ontmoette. In 1980 creëerde hij voor het tijdschrift Astrapi op eigen houtje John Bravo. Vervolgens creëerde hij een kort verhaal van acht pagina's ‘La Vie exemplaire de Jijé’, met voor het inkten assistentie van Serge Clerc en Denis Sire, in Métal Hurlant nr. 64, evenals Bob Fish in 1980. Het album werd in 1981 uitgegeven door Les Humanoïdes Associés. Daarna werd hij de inkleurder voor de serie John Difool, getekend door Moebius. De eerste aflevering van L'Incal noir verscheen in 1980 in Métal Hurlant nr. 58. De latere episodes werden ingekleurd door zijn vrouw Isabelle Beaumenay.
Yves Chaland waardeerde het leven op de redactie van Métal Hurlant. Hij toonde oprecht enthousiasme voor het tijdschrift. Hij genoot van de geestdrift onder de redactie, de kameraadschap die er heerste, de gezelligheid en het delen van de verschillende onderwerpen waaraan ze samen werkten, zoals de themanummers waarvoor ze snel complementaire ideeën moesten bedenken. Dit snelle redactieleven sprak hem enorm aan, net als de ontmoetingen met gastauteurs, zoals Will Eisner.
Alain De Kuyssche, hoofdredacteur van Robbedoes/Spirou, bood Chaland voor het eerst de kans om aan het blad mee te werken. Zijn eerste pagina in Spirou publiceerde, Jack le Sanguinaire. Datzelfde jaar publiceerde hij daar ook nog twee gags.
Yves Chaland werd gezien als de man die de avonturen van Robbedoes en Kwabbernoot zou kunnen voortzetten, in een stijl die vergelijkbaar was met die van Jijé toen die het personage zelf tekende. De invloed van Franquin in zijn vroege werk is ook zichtbaar. De Kuyssche bedacht een speciaal formaat voor Chaland’s verhaal: twee eenvoudige wekelijkse stroken in zwart-wit met vlakke grijze vlakken. Chaland kreeg voor deze episodes twee keer het normale paginatarief. Hij tekende zijn eerste en enige cover voor Robbedoes nr. 2298, gedateerd 29 april 1982. De publicatie werd na een aantal pagina's stopgezet (in totaal 48 stroken). Het werd later gepubliceerd onder de titel Harten van Staal (Coeurs d'acier), met personages waarvan de gezichten bedekt waren met verband vanwege Dupuis' verbod op het gebruik van de personages Robbedoes en Kwabbernoot.
Chaland creëerde onafhankelijk Freddy Lombard ‘Le Testament de Godefroid de Bouillon’, waarvan de aflevering verschenen in Bananas nrs. 1 tot 3 in 1981.
In april 1982 ontving Chaland de Grand Prix des Chevaliers de Saint-Michel voor Bob Fish Détectief in aanwezigheid van Eddy Paape en Jean d'Osta ter gelegenheid van de release door Magic Strip, een Brusselse versie van Bob Fish bewerkt door Jef Kazak. Vervolgens creëerde hij Adolphus Claar in Métal Hurlant in 1982. In 1983 werden de avonturen van Freddy Lombard gepubliceerd in Métal Hurlant Aventure. In 1984 illustreerde hij de cover voor ‘Trinet et Trinette dans l'Himalaya’ van Jijé, uitgegeven door Magic Strip.
Inkleuring
Yves Chaland kleurde ook diverse albums in, o.a.:
Noël et l'Elaoin (Roeltje) van Franquin, Bédérama, 1982
Oscar en Isidoor, De strijd tegen de maandraken van F.A. Breysse, Oberon 1982
John Difool van Moebius, Les Humanoïdes Associés 1981 - 1983
Gedurende zijn carrière maakte Chaland zeefdrukken waaraan hij de grootste aandacht besteedde, zoals: Ghost (1983), Plein gaz (1984), Le Carrefour (1986), Une girafe sur une affiche (1986), Crime de la rue Morgue (1986), Drame dans l'atelier du peintre (1988) en Valse des saisons (1989).
De getalenteerde Chaland stierf helaas veel te vroeg op 18 juli 1990 op 33-jarige leeftijd in het 13e arrondissement van Parijs, als gevolg van een auto-ongeluk. Zijn dochter kwam ook om, maar zijn vrouw overleefde het, met zware verwondingen.
In 2008, achttien jaar na zijn dood, besloten zijn weduwe Isabelle Beaumenay-Joannet en kunstenaarsvrienden de Rencontres Chaland op te richten, een jaarlijks stripfestival in Nérac, waar Chaland’s werk en verwante hedendaagse auteurs werden getoond. De mediatheek van Nérac werd in oktober 2018 herbenoemd naar Yves Chaland.
In oktober 2019 creëerde Bims een graffiti-muurschildering, Le Jeune Albert, waarop hij loopt te midden van autowrakken. Het bevindt zich op 85 Boulevard Villebois Mareuil in Rennes.
Invloed
Veel Europese striptekenaars hebben verklaard dat ze werden beïnvloed door Chaland, waaronder Hanco Kolk, Erik de Graaf, Philippe Wurm, Charles Berberian en Zep. Zijn beroemdste bewonderaars zijn onder meer: Ever Meulen, Jacques Ferrandez, Lorenzo Mattotti, Jean-Christophe Menu, François Schuiten en Bernard Yslaire.
Eerbetoon
Ted Benoît schilderde een portret van Yves Chaland, dat werd afgedrukt op de achterkant van het album ‘Le Cimetière des éléphants’, uitgegeven door Les Humanoïdes Associés in 1984. Philippe Wurm bracht in augustus 2008 een eerbetoon aan hem met ‘Portrait de l'artiste’. Benoît Poelvoorde bracht hulde aan hem in zijn eerste film, ‘C’est arrivé près de chez vous’.
Albums (niet compleet)
Bob Fish
Bob Fish, Les Humanoïdes Associés 1981, Oberon 1982
Bob Fish détectief, Magic Strip 1982
Adolphus Claar, Magic Strip, Bruxelles, janvier 1983 (Inkleuring: Isabelle Beaumenay-Joannet)
Freddy Lombard
Het Testament van Godfried van Bouillon, Magic strip / Rijperman 1981
Het olifantenkerkhof, Les Humanoïdes Associés 1984, Titanic Strips 1986
De komeet van Carthago (Inkleuring: Isabelle Beaumenay-Joannet), Les Humanoïdes Associés 1986, Titanic Strips 1987
Vakantie in Boedapest (Inkleuring: Isabelle Beaumenay-Joannet), Les Humanoïdes Associés 1988, Arboris 1990
F-52 Les Humanoïdes Associés 1989 (Inkleuring: Isabelle Beaumenay-Joannet) (niet verschenen in het Nederlands)
De Jonge Albert (Le jeune Albert )
Le jeune Albert (De Jonge Albert), Les Humanoïdes Associés 1985
Bèreke, un ketje des Marolles [Brussels] Magic Strip 1986
De verschrikkingen van de oorlog, Champaka 1991
John Bravo, Carton, Lyon, 1987
Robbedoes en Kwabbernoot
Cœurs d'acier, publicatie in Robbedoes/Spirou no 2297 tot 2318 in 1982)
IJzeren harten (Coeurs d'acier) Champaka 1990, 2008
Avis aux jeunes citoyens bretons, Conseil régional de Bretagne, Rennes, 1990
(Publiciteit, door Chaland geschreven en getekend en na zijn dood afgemaakt door François Avril)
Herdrukken
Het werk van Yves Chaland wordt wegens zijn grote kwaliteit regelmatig herdrukt.
