Verdun was oorspronkelijk een Gallisch oppidum (“ver” = rivierdoorwaadbare plek + “dun” = hoogte) dat later een Romeins castrum werd, gelegen op de Maas met uitzicht op strategisch belangrijke gebieden. Lees verder

Verdun was oorspronkelijk een Gallisch oppidum (“ver” = rivierdoorwaadbare plek + “dun” = hoogte) dat later een Romeins castrum werd, gelegen op de Maas met uitzicht op strategisch belangrijke gebieden.
In de Middeleeuwen en daarna verwisselde het gebied diverse keren van handen, maar vanaf 1648 hoorde Verdun definitief bij Frankrijk .
Na de Frans-Duitse Oorlog (1870–71) bouwde Frankrijk een ring van forten rondom Verdun — de Séré‑de‑Rivières-linie — waaronder Fort Douaumont en Fort Vaux.
Fort Douaumont, voltooid rond 1885, was het grootste en krachtigste, uitgerust met gewapend beton en schiettorens, ontworpen om langdurige belegeringen te weerstaan.
Vanaf 21 februari tot 18 december 1916 vocht men in Verdun de langste en bloedigste veldslag van WO I. Duitse generaal Falkenhayn voerde een strategie van verblutsen, gericht op Verdun als symbool van Franse trots.
Meer dan 1.200 Duitse artilleriestukken en ca. 140.000 soldaten vormden de frontlinie bij het begin, wat leidde tot een enorme artilleriebeschieting.
Negen dorpen in de omgeving werden volledig vernietigd en later als “gestorven voor Frankrijk” herbegraven.
Het landschap blijft zwaar aangetast: de rode zone (“Zone Rouge”) herbergt nog miljoenen onontplofte munitie.
Het Douaumont‑ossuarium, voltooid in 1932, bevat de botten van ±150.000 niet-geïdentificeerde soldaten.
Verdun kreeg talloze nationale en internationale onderscheidingen en groeide uit tot een plek van pelgrimage.
Voor de Olympische Spelen van 2024 vormt Verdun een routepunt voor de vlam van Parijs, om te contrasten tussen oorlogsverleden en toekomstige levenskracht.