Wheeling, een strip-roman over avontuur en initiatie, in het Virginia van 1774 tijdens de kolonisatie van Noord-Amerika door de blanken. Geschreven en getekend door Hugo Pratt tussen 1962 en 1994. Lees verder

Wheeling is een eerbetoon aan de auteurs die de jeugd van Hugo Pratt markeerden, zoals James Fenimore Cooper (schrijver van ‘De laatste der Mohikanen’, 1826) en Zane Grey (Hij idealizeerde ‘The American frontier’. Zijn bekendste boek is ‘Riders of the Purple Sage’ 1912). Het verhaal verscheen voor het eerst in 1962 in het Argentijnse stripblad Misterix en de laatste pagina’s werden getekend in 1994, kort voor de dood van Hugo Pratt.
Er is een rivier in de Verenigde Staten die als grens diende bij de conflicten die het gebied teisterden tijdens de kolonisatie door de Europeaanse indringers.
De vallei langs de rivier werd gecultiveerd door inheemse bewoners, waaronder Lenape, Erie, Shawnee, Munsee, Susquehannock, Cherokee, Chickasaw, Yuichi en Iroquois die hem de naam “Ohiyo" gaven, wat “goede rivier" betekent. Op Franse kaarten uit die tijd heette het ‘La belle rivière’.
Deze rivier, de Ohio, speelt een belangrijke rol in het verhaal.
1774, in Virginia ontmoet Criss Kenton, wiens familie werd afgeslacht door Indianen, Patrick Fitzgerald, een Engelse aristocraat die naar Amerika emigreerde. Een vriendschap wordt gesmeed tijdens de gevaarlijke confrontatie’s op ‘de grens’, het gebied tussen de Franse en Engelse kolonies. Maar dan breekt de onafhankelijkheidsoorlog uit en de twee vrienden moeten zich bij hun, nu vijandelijke, kampen voegen...
In dit verhaal komen talloze personages voor die echt hebben bestaan en die door elkaar lopen met totaal verzonnen personages.
De fictieve personages:
Criss Kenton, een jonge ‘Virginian’ van zeventien.
Patrick Fitzgerald, een Engelse aristocraat van dezelfde leeftijd.
Mohena, een Hollandse jonge blanke vrouw die door de Indianen is opgevoed na de massamoord op haar familie.
Tiny Redskin, een jonge indiaan die blijk geeft van een ongelooflijke wijsheid voor zijn leeftijd.
De historische personages:
Zoals de gekwelde figuur van Lew Wetzel, de Indianen-moordenaar met een gezicht verminkt door de pokken.
De blanke Simon Girty (aan wie Pratt zijn eigen beeltenis meegaf), die opgevoed was door indianen. Hij fungeerde als tolk en vocht mee aan de kant van de indianen in de slag van ‘Fallen Timbers’ in 1794, waardoor hij moest vluchten naar Canada (The history of the Gerty’s van C.W. Butterfield, 1890).
Ebenezer Zane, de hardvochtige maar eerlijke oprichter van Wheeling.
Daniele Boone, een van de meest durfachtige pioniers van die tijd.
Lord Dunmore, gouverneur van Virginia.
Madame Montour, tolk en agent bij het 'Indian Department'.
In de film ‘The Unconquered’ van Cecil B. De Mille (1947) over de oorlog tegen Chief Pontiac wordt deze indianen-leider gespeeld door Boris Karloff (Echte naam: William Henry Pratt), een ver familielid van Hugo Pratt.