Vissen is een verzamelnaam voor een vijftal groepen gewervelde dieren: de Agnatha (prikken en verwanten), de Chondrichthyes (kraakbeenvissen) en de Osteichthyes (beenvissen). Uitgestorven zijn de Placodermi en Acanthodii Lees verder

Vissen is een verzamelnaam voor een aantal groepen dieren. Er werden oorspronkelijk 5 klassen onderscheiden. De meest primitieve groep is die van de Agnatha, de kaakloze vissen, waartoe de prikken behoren. Tot de kraakbeenvissen (Chondrichthyes) behoren de haaien, roggen en draakvissen. De grootste en meest recente groep is die van de beenvissen. Daarnaast zijn er 2 klassen die uitgestorven zijn: de Placodermi (placodermen) en Acanthodii (de stekelhaaien). Deze indeling is inmiddels verouderd. Zo wordt de superklasse beenvissentegenwoordig in 2 klassen verdeeld, de Straalvinnigen (Actinopterygii) en de kwastvinnigen (Sarcopterygii). Tot de laatste groep behoren de longvissen en coelacanthen. Ze onderscheiden zich door het bezit van longen en de pootachtige vinnen. Uit deze groep zijn alle landdieren ontstaan. De grootste groep is echter de straalvinnigen.
De meeste soorten hebben schubben en kieuwplaten. Ze onderscheiden zich van alle andere soorten vissen doorn beenachtige of hoornachtige structuren in de vinnen. Er zijn vele aanpassingen aan de omstandigheden. Er zijn soorten die deels op het land leven, zoals de modderkruipers. Andere soorten kunnen door de lucht zweven om aan hun vijanden te ontsnappen, zoals de vliegende vissen. Veel soorten hebben zich aangepast aan het leven in de diepzee. Ook hebben ze zich aangepast aan een leven in zoet water. Bekende groepen zijn de karpers, de zeepaardjes, de zalmen. Veel soorten zijn geschikt voor de consumptie en worden massaal gevangen. Soms zo massaal, dat ze het gevaar lopen uit te sterven. Zowel soortenrijkdom als belang voor de mens is veelvuldig op postzegels aan te treffen.